Omgeving - Blauwe paaltjes wandeling

Lengte : circa 4 KM
Start : Hut van Mie Pils, Waalre

 

AALSTERHEIDEWANDELING


Vertrekpunt de Hut van Mie Pils


De heide was vele eeuwen van levensbelang voor de landbouw. Schapen, die voor vruchtbaar makende mest zorgden, konden daar grazen. Heide strekte zich uit zover het oog reikte. Door de uitvinding van kunstmest werd de heide echter overbodig en ging men deze woeste gronden ontginnen of bebossen.

De Aalsterheidewandeling gaat over voormalig heidegebied dat de afgelopen 100 jaar massaal is beplant met naaldhout. Op een enkel struikje na is inmiddels alle heide hier verdwenen...

  1. Aalsterhut

Midden in de onherbergzame heidevelden lag langs de belangrijke postroute van 's Hertogenbosch naar Hamont sinds 1700 herberg De Aalsterhut. Het was een belangrijke pleisterplaats voor de vele postkoetsreizigers. De laatste bewoner was Mie Peels, een markante vrouw, in de verre omtrek bekend om de eenvoudige sfeer in haar herberg. Omstreeks 1925 stortte de Hut van Mie Peels in. Er zijn nog resten van de fundering in de bodem aanwezig die wellicht sporen bevatten van een rijk verleden.                                                                               

  1. Diersporen

Tijdens de wandeling kun je verschillende diersporen aantreffen zoals reeënprenten, vraatsporen aan dennen­- en sparrenkegels, konijnenholen en keutels. De gaten in de dode boom zijn uitgehakt door spechten, op zoek naar allerlei kleine beestjes. Samen met schimmels zorgen die diertjes ervoor dat de boom verteerd wordt en uiteindelijk, na tientallen jaren, weer voedsel is geworden voor planten en dieren. Door dood hout te laten liggen, zorgen we dat de kringloop van de stoffen gesloten wordt. Zo creëren we een biotoop voor allerlei planten en dieren en bevorderen levenskansen voor veel soorten.


 

  1. Zandafgraving

Deze akker ligt duidelijk lager dan de omgeving. Hier is in een recent verleden, rond 1960, zand afgegraven voor de aanleg van het viaduct over de A2 bij de huidige Hut van Mie Pils.

  1. Bodemverrijking

Waarom zie je op dit hoekje braamstruiken staan? Aan de soort begroeiing kan men vaak zien welke stoffen er in de bodem zitten. Braamstruiken en Grote brandnetels wijzen op een stikstofrijke grond. Wellicht is hier plantaardig of ander afval achtergelaten.

  1. Uitzicht op het Achtereind

Hier aan de bosrand kijken we vanaf de hogere gronden in het beekdal van de Tongelreep. Nederzettingen ontstonden op hoger gelegen delen van het land maar altijd in de buurt van water.

Het buurtschap Achtereind bestaat al zeker sinds 1650 en heeft altijd haar naam eer aangedaan: het ligt nog steeds een eind achteraf.

  1. Waterhuishouding

De sloot met het stuwtje is hier geplaatst om water langer in het gebied vast te houden. Gemiddeld over het jaar genomen is het gebied behoorlijk verdroogd na de jarenlange wateronttrekking voor hoofdzakelijk agrarische doeleinden.

  1. Ontwatering

In de buurt van vennen kan het goed drassig zijn. Om de grond geschikt te maken voor bosbouw legde men daarom een stelsel van slootjes aan. Het water kon zo worden afgevoerd naar een lager gelegen gebied, bijvoorbeeld een ven of de Tongelreep. Kijk aan het eind van het pad eens om. Zie je dat het pad afloopt?

  1. Dikke Douglas

Deze boom is indrukwekkend groot. Kijk maar eens langs de stam omhoog. Passen je armen om de stam? Wrijf je een takje met naalden in je hand dan ruikt die naar een frisse citrusgeur.

  1. Stuifduinen

De bodem in deze streek bestaat uit dekzand dat ca. 10.000 jaar geleden als een deken over het landschap is neergelegd door wind en water. Door de specifieke manier van landbouw bedrijven resulteerde de begroeiing in onafzienbare heidevelden. Waar de heide té intensief geplagd en begraasd werd, ontstonden kale zandvlaktes. De wind kreeg daar gemakkelijk vat op en legde het zand elders weer neer. Zo ontstond een heuvelachtig landschap van stuifduinen dat in het bos nog steeds goed te herkennen is.

  1. Bosbeheer

Om het eenzijdige bos een natuurlijker en gevarieerder aanzien te geven, is op dit perceel de Grove denaanplant sterk uitgedund. Tussen de nog aanwezige dennen heeft de schooljeugd in 2002 jonge Inlandse eikjes geplant

  1. Omgezaagde boom

De gemeente heeft besloten deze door vandalen omgezaagde Grove den te laten liggen. Op de ontschorste boom lijkt wel een soort geheimtaal te staan. Dit is veroorzaakt door een schorskever waarvan de larve onder de schors al etende gangetjes achterlaat. Op diverse plaatsen is te zien dat schimmels vat krijgen op het dode hout. Als je een stukje losse schors afbreekt, is de kans groot dat je een beestje ziet wegschieten. Als je de jaarringen telt, kun je te weten komen hoe oud de boom geworden is.

  1. Meeuwven

Het Meeuwven is tijdens de laatste ijstijd, zo'n 10.000 jaar geleden, ontstaan door uitwaaiing van zand. Dit zand werd door de overheersend zuidwestelijke wind aan de noordoostkant van de ontstane laagte weer neergelegd. In de laagte blijft regenwater staan door een in de bodem voorkomend, enkele millimeters dun laagje dat ondoordringbaar is voor water. Zo kunnen wij genieten van een uniek voedselarm ven met zijn specifieke plantengroei. Echter de kwetsbaarheid van zo'n ven is groot. Sterke betreding, vervuiling door paarden, honden en weggeworpen afval laten de authentieke plantengroei op de oever en in het ven verdwijnen. Door graven, lopen, paardrijden, autocrossen, en dergelijke is de kans groot dat de venbodem beschadigd wordt. In dat geval loopt het Meeuwven leeg.

  1. Gagel

Gagel of Brabantse mirte wordt ook wel vlooienkruid genoemd. Vroeger hing men Gagel in de bedstee en de linnenkast om vlooien te weren. De plant werd ook gebruikt als smaakmaker in bier. Kneus maar eens een blaadje of wrijf een knopje fijn en ruik de prikkelende, kruidige geur.     

  1. Vliegden/aangeplante den

De klimbomen met hun grillige vormen noemt men vliegdennen. Deze pijnbomen zijn ontstaan uit een zaadje dat is komen aanwaaien. Het plantje heeft de ruimte gehad om zich naar alle kanten te kunnen ontwikkelen. De aangeplante bomen verderop staan zo dicht bij elkaar dat ze alleen maar recht omhoog kunnen groeien. Het hout van de rechte Grove den diende als stutmateriaal in de gangen van kolenmijnen.

 

  1. Verlanding vennen

Een ven dat aan zijn lot overgelaten wordt, is gedoemd te verdwijnen: het groeit namelijk dicht. De venbodem raakt bij het droogvallen egaal overgroeid met het Pijpenstrootje. Ook vormt zich opschot van berken en dennen. Bos zal uiteindelijk de overhand krijgen. Dit is een natuurlijk proces. Door invloed van de mens met zijn zure regen, zware bemesting en grote recreatiedruk wordt de aanvankelijk schrale bodem aanmerkelijk voedselrijker. Het verlandingsproces wordt daardoor aanzienlijk versneld. Bovendien kunnen geen nieuwe vennen ontstaan doordat geen uitwaaiing kan plaatsvinden. Zo neemt het aantal vennen in snel tempo af.